zoek bewaard kaart contact

Home verhalen Trijntje Timmer (1890 - 1993)

Trijntje Timmer (1890 - 1993)

Trientje Timmer - foto: Brand Overeem

Trijntje (“Trientje”) Timmer-Doppenberg was een geboren en getogen Puttense. Na haar huwelijk met Hendrik Timmer in 1923 kwam ze te wonen op boerderij Veldhoef, prachtig gelegen in het buurtschap Gerven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was deze boerderij een brandhaard van verzet tegen de nazi’s. In bezettingstijd bewees Trijntje een geloofsvaste en moedige boerenvrouw te zijn. Na de oorlog was ze nauw betrokken bij het kerkelijk leven, in het bijzonder in de Kerkkrans Hanna in Huinen. Altijd gekleed in de eenvoudige Puttense klederdracht, heeft ze de gezegende ouderdom van 103 jaar bereikt.

Periode:
1890-1993
Thema:
Tags:

Het buurtschap Gerven is een parel van Putten, gelegen in de driehoek tussen Putten, Nijkerk en Voorthuizen. Tientallen jaren bepaalden de jonkers Jan van Haersma de With en Frits van Schimmelpenninck daar de gang van zaken. Verreweg de meeste boerderijen werden gepacht van de jonkers. Jonkheer dr. Jan van Haersma de With (1878 - 1965) en zijn opvolger en neef jonkheer mr. Frits van Schimmelpenninck (1918 - 1991) bepaalden met hun conservatieve wijze van beheer tientallen jaren het buitengebied van Putten. Ze waren wars van moderniteiten en hun pachtboeren moesten zich aan hun regels houden, anders leverde dat grote problemen op. Trijntje Doppenberg werd op het Hoge Eind geboren op 26 juli 1890. Het adres was D 13, want het buitengebied kende in die tijd nog geen straatnamen. Ze groeide op in een groot gezin met negen kinderen in een keuterboerderijtje. Er was geen stromend water, dat kwam uit de pomp die vaak buiten stond. Ook elektriciteit had men niet in het buitengebied. Met olielampen en kaarsen zorgde men voor verlichting.

 

Na de lagere school in Huinen doorlopen te hebben, moest ze met 12 jaar al gaan werken. De meisjes namen ‘een dienst’ op een boerderij en maakten onderdeel uit van het gezin. Er moest hard gewerkt worden en Trijntje, in de volksmond Trientje, werkte bij de familie Van den Brink op boerderij ’t Spoekgat. Ze sliep er in een bedstee met twee kinderen en ook nog een aan het voeteneind, overdwars in de bedstee. Later ging ze werken op een boerderij die bij kasteel De Vanenburg hoorde en eigendom was van de adellijke familie Van Pallandt. Met achttien jaar ging ze al de traditionele klederdracht dragen. Die bestond uit een zwarte japon en schort en als hoofddeksel een witte neepjesmuts. Ze kreeg al gauw verkering met Hendrik Timmer, een Puttense boerenjongen. Hun huwelijk werd voltrokken op 25 februari 1923 in de Oude Kerk. Op verzoek van jonker Jan werd Hendrik Timmer pachter op de boerderij Veldhoef, prachtig gelegen in het buurtschap Gerven. Het echtpaar Timmer kreeg een dochter Jannetje, die in 1926 geboren werd. In de jaren ervoor en erna stierven helaas een dochtertje en een tweeling in het kraambed. Op de boerderij, waar Hendrik zich bekommerde om het vee, moest hard gewerkt worden. In het pachtcontract stond precies omschreven hoeveel vee hij mocht houden: 10 melkkoeien, twee vaarzen, twee pinken, twee varkens, twee kalveren en een paard. Trientje werkte in de grote moestuin en deed de huishouding. Jonker Jan stond bekend als een zeer goed jager en jaarlijks deed hij met zijn jachtvrienden, bijna allemaal van adel, ook de Veldhoef aan. Ze begonnen ’s morgens op boerderij Koestapel en ’s middags aten de heren op de Veldhoef. De jacht eindigde dan weer waar deze begonnen was.

 

Kort voor het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940, in de mobilisatietijd, werden boeren uit Stoutenburg, Terschuur en Achterveld met hun vee in Putten ondergebracht, Deze plaatsen lagen in het gebied van de Hollandse Waterlinie, dat toen in opdracht van de Nederlandse regering onder water werd gezet. Ook op de Veldhoef werden enige gezinnen opgenomen. Na de capitulatie konden ze weer terug naar hun huizen. In het stille en ver van de bewoonde wereld gelegen Gerven, vestigden zich meerdere verzetsgroepen. Zo was er een verzetsgroep van Herman Gelderman uit Apeldoorn actief op Gerven. Hij had goede contacten met de familie Timmer en ze konden gebruik maken van de schaapskooi als schuilplaats en aten vaak mee met het gezin. Gelderman had de bijnaam ‘Bart Drop’, omdat zijn verzetsmensen vlak bij de boerderij een droppingszone hadden uitgezet aan de Hevelschutterweg. Vanaf augustus 1944 werden daar wapens in containers gedropt door de Engelse RAF en ook commando’s van de Engelse Special Air Service (SAS). Ook een verzetsgroep van de Landelijke Organisatie voor Onderduikers uit Rotterdam bezocht op gezette tijden het buurtschap Gerven. Ze deden een dringend beroep op Hendrik en Trientje en beiden voelden zich verplicht ook hen onderdak te verlenen, als ze uit Rotterdam kwamen om de gedropte wapens op te halen. Tijdens de Slag om Arnhem werden er ook evacués ondergebracht uit Arnhem en de zogenaamde ‘trekkers’, die uit het westen van het land kwamen, omdat daar honger werd geleden. Allen waren van harte welkom op de Veldhoef. Soms moest Trientje, wel geholpen door andere vrouwen, voor zeker 30 mensen eten op tafel zetten. Bij gebrek aan borden werden soms klompen schoongeboend en werd het eten daarin opgediend.

 

In de nacht van zaterdag 30 september op zondag 1 oktober 1944 – de nacht van de mislukte aanslag door het verzet bij de Oldenallerbrug op een auto van de Wehrmacht – deed zich ook een ernstig incident voor op de boerderij. In het holst van de nacht viel er een container met wapens door het dak van de boerderij. De chaos was groot. Een koe was dodelijk gewond en moest geslacht. Ook al de wapens die uit de kapotte container gevallen waren, moesten snel verzameld en met een auto afgevoerd worden. Toen Trientje op 21 mei 1987 geïnterviewd werd door een verslaggever van het Puttens Nieuwsblad gaf ze als antwoord op de vraag waarom zij, haar man en haar dochter medewerking verleenden aan de opvang van verzetsmensen, evacués en ‘trekkers’:
‘In de Bijbel staat “heb uw naaste lief als uzelf”. Ik zei altijd tegen Hendrik: “’t Bin ok minsen”.‘

Ze cijferde zich weg om dienstbaar te zijn. Op 18 april 1945 hadden de Duitsers een tweede razzia gepland in het buurtschap Gerven, omdat daar zoveel verzetsactiviteiten plaatsvonden. In totaal zouden 17 boerderijen platgebrand en al de mensen die er waren, moesten opgepakt en weggevoerd worden. Gelukkig ging deze actie niet door, door de komst van onze bevrijders, de Canadezen. Bij de zware gevechten tussen Voorthuizen en Putten kwamen tientallen Duitsers om, maar ook 3 SAS-agenten, vier Canadese soldaten en een Puttenaar.

 

Na de bevrijding hebben Trientje en haar man nog jaren gewoond en gewerkt op de Veldhoef. Na de dood van jonker Jan werd zijn neef jonker Frits de nieuwe pachtheer. Hij hield niet van contracten. Hij ging uit van het standpunt: ‘Een man een man, een woord een woord.’ Het echtpaar Timmer verhuisde in 1958 na jarenlang idyllisch gewoond te hebben op de Veldhoef naar de Veldwijkweg in Huinen. Jan Druijff, getrouwd met hun dochter Jannetje, nam de scepter over op de Veldhoef. Hendrik was al jarenlang een ouderling, maar met de bouw van de Zuiderkerk in 1964 zetten ze zich in voor hun nieuwe kerk. Trientje kreeg het idee om een vrouwenkrans voor Huinen en Veenhuizerveld op te richten. De krans kreeg de naam ‘Hanna’. Door allerlei acties moest er geld bijeen gebracht worden voor de inrichting van de Zuiderkerk. Kunstige spreien, kussens en kledingstukken werden er vervaardigd en op de jaarlijkse bazaar verkocht voor het goede doel: de inrichting van hun kerk. In 1965 vond de feestelijke opening van de kerk plaats. Het verlies van haar man Hendrik in 1982 bezorgde Trientje veel verdriet. De laatste twee jaren van haar leven bracht ze door in ‘Elim’. Trientje mocht de gezegende leeftijd van 103 jaar bereiken. Tot op het laatst was ze helder van geest: ‘Mien heufd is merakels in orde.’ Op 12 augustus 1993 overleed ze. Een markante, moedige en gelovige vrouw en bovendien de laatste Puttense vrouw die met trots haar Puttense klederdracht nog droeg.

 

Bronnen:

  • Interview met J. Druijff, 5 maart 2015
  • Puttens Nieuwsblad, 21 mei 1987, 15 september 1988 en 2 augustus 1990.
  • J.H. Middelbeek, ‘Ik draag u op. Apeldoorn, 1946, 2e druk, 1982
  • Willy Klok – van Dasselaar, ‘Putten en Nijkerk onder vuur’. Barneveld, 2010

 

Evert de Graaf, 2020

Andere relevante verhalen

©2018 - Verhaal van Putten is een initiatief van de gemeente Putten

Disclaimer | Privacyverklaring

Ontwerp: INZPIRE Communicatie | Webdevelopment: Haagen Internet

Deze site gebruikt cookies

Accepteren

Bekijk ons privacy-beleid.